News
News
News
News
News
News
News
News
News
News
News
News
News
News
News
 
 


Historie

Het reilen en zeilen van C.V. De Klèèflep

Voorgeschiedenis

Van oudsher werd in Eijsden Carnaval gevierd. Dat was een echt straatcarnaval. Jong en oud ging verkleed en gemaskerd de straat op. Als het echter avond werd verdween de jeugd naar huis en kwam de oudere garde uit. Deze trok dan als eenling of in groep van café naar café om daar bekenden op te sporen, die dan in de maling werden genomen ("De waarheid zeggen"). Van een georganiseerde carnavalsviering was dus geen sprake. In de dertiger jaren (van deze eeuw) kwam daar allengs verandering in. Steeds meer oudere jongelingen gingen vroeg in de namiddag reeds verkleed de straat op. Het was immers in de crisistijd en de meeste jongelui waren zonder werk en dus vrij. Pa Partouns (d'n Awe Pa) zag het gevaar van de lege tijd der jeugdigen in en riep zijn eigen zoons en zelfs zijn dochters bij elkaar en vormde met assistentie van nog enige muzikanten van zijn Oude Harmonie een muziekkapel met koor. Met deze kapel en koortje met zelfs solo zangers en zangeressen trokken zij met carnaval maandag en dinsdag de straat op en gaven op de hoeken van de straten concerten weg. De toenmalige dirigent van de oude harmonie, Ch. de Pauw, die bevriend was en samenwerkte met Olterdise uit Maastricht bezorgde hen elk jaar weer nieuwe liedjes. Deze werden dan gespeeld en gezongen. Welke oude Eijsdenaar kan zich de liedjes niet meer herrinneren als "Meetskes mit kort haor en lokke" of "Goat gier nao Berlien of Amsjtelstad en koamt gier treuk en zekt g'r hebt geng lol gehad". Dit was een summiere beschrijving van het enigszins georganiseerd carnavals-gebeuren in Eijsden. Bij het naderen van de tweede wereldoorlog hield ook dit op. De "pakjes" en instrumenten werden opgeborgen om te wachten op betere tijden. 

Ontstaan van C.V. de Klèèflep

Na het einde van de oorlog toen iedereen aan de opbouw van ons land werkte begon men ook weer aan het verenigingsleven te werken. De harmonieën werden weer leven ingeblazen. De opgeborgen instrumenten werden te voorschijn gehaald en weldra waren er weer repetities en hoorde en zag Eijsden zijn muziekkorpsen. Maar er moest hard gewerkt worden om alles rond te krijgen. Sommige mensen van de Oude Harmonie vonden dat nu maar eens gewerkt moest worden aan de plannen voor een eigen "home". De handen werden in elkaar geslagen en men besloot op alle mogelijke manieren geld bij elkaar te krijgen om grond aan te kopen voor de bouw van een zaal voor de Oude Harmonie. Leden van de toen nog bestaande toneelafdeling van de Harmonie en bestuurders van de supportersvereniging alsmede heren van het uniformenfonds, besloten samen iets te doen. Het gevolg was dat op het laatst der 40-tiger jaren met carnaval twee carnavalswagens door de straten van Eijsden reden, welke door verklede en gemaskerde dames en heren begeleid werden met collectebussen zingend "Vier geun e zoalke bowe enz.". Dit lied en meerdere andere liedjes werden gespeeld door een stelletje muzikanten, die door Henrike vaan Jet, kleinzoon van de in het eerste gedeelte genoemde "Awe Pa" Partouns. Deze rondgangen groeiden uit tot een kleine carnavalsoptocht. Er werd zelfs een Prinsenwagen gemaakt met daarop dhr. J. Partouns als Prins Joke d'n Iesjte. De deelnemende muzikanten van dhr. Henri Sipers wisten een vaandel te maken en trokken nu mee als Hofkapel met vaandel voorop. Op dit vaandel stond een prachtige blauwe biet geschilderd met de woorden Hofkapel "De Blauwe Biet". De werkers van het eerste uur besloten, gezien hun succes, er een vriendenclub van te maken. Wanneer het carnavalsseizoen naderde was het vergaderen, nagelen en vreigelen van je welste. Geen wonder dat hieruit een vereniging van vrienden ontstond. En omdat men na zo'n avond van wauwelen dorst kreeg ging men aan het buffet hangen om de dorst te lessen. Dat kon soms tot in de kleine uurtjes duren. Gezien deze feiten en dat blijven plakken na afloop sprak een der heren plakkers de woorden "Jullie zijn toch een stelletje klèèflep (plakkers)", waarop een ander ingreep en spontaan antwoordde "Daar heb je ook een naam voor onze vereniging, wij zijn Klèèflep". Zo was onze vereniging zonder oprichtingsakte ontstaan en opgericht. 

De eerste Zittingen

Er kwam echter een kink in de kabel. Eind 1954 werd de nieuwbouw van de Oude Harmonie aan de Prins Bernhardstraat feestelijk geopend. De voorzitter der Harmonie gaf te kennen dat het thans uit moest zijn met "bedelen", maar dat we voortaan met het organiseren van activiteiten in deze zaal geld bij elkaar moesten brengen. Dus niet meer met ons bescheiden optochtje naar buiten, want "bedelen" was er nu niet meer bij. Ja nu was goede raad duur. Jef Partouns, zoon van Pa Partouns, was de redder in nood. Hij was trompettist bij een orkest dat geregeld optrad bij de carnavalszittingen in Sittard. Hij zou daar eens informeren, hoe men het best een zitting in elkaar kon zetten. Het antwoord was spoedig daar. Sittard, dus de Marotten, zouden zelf een zitting, in Eijsden brengen. Ter elfder ure werd dit afgezegd en kon men dat jaar geen zitting meer organiseren. Eén en ander ging dus niet door. Maar voor het daarop volgend jaar ging men toen aan het werk. Via Jef Warnier, de toenmalige secretaris van de Oude Harmonie, kreeg men contact met de Kemeleers uit Maastricht. Spoedig had men toen een bijeenkomst met de heren Pie Ummels, Jean van Hoorn en Karel Coker uit Wijck Maastricht. Het waren alle drie leden van het bestuur van de Keemeleers, carnavalsvereniging te Wijck Maastricht. Besloten werd dat de Keemeleers met de gehele carnavalsvereniging naar Eijsden zouden komen en een hier georganiseerde zitting mee zouden opluisteren. Onze vereniging zou wel een raad van elf moeten installeren. Aan de hand van het afgesprokene werd hier een raad samengesteld en gekleed. De raad zelf zorgden voor een wit hemd, witte handschoenen en een narrekap. Prins werd in eerste instantie nog niet nodig geacht. Tot zittingspresident werd H. Warnier benoemd. Gezien het feit dat hij dit nooit gedaan had, zou hij door Jean van Hoorn van de Keemeleers worden geassisteerd. De zitting verliep volgens plan, hoewel van Hoorn eerst niet mee de zitting heeft gepresenteerd, daar hij zijn intrede hier deed als Vorst (Prins) van de Kemeleers. Later kon men hem echter bewonderen als "Opper waweler" en ook als een goede zanger. Wie kan zich nog herinneren zijn zo vaak gebracht zangnummer "Dunkel Rote Rosen schenkt mann sich in Tirol". Er ontstond een grote vriendschap tussen Keemeleers en Klèèflep. Wij bezochten elkaar over en weer. De Keemeleers waren graag geziene gasten in Eijsden, net zo was het met de Klèèflep in Maastricht, waar we steeds te gast waren bij de Keemeleers in de Victoria te Maastricht. Zo vergezelde onze hofkapel "De Blauwe Biet" de Keemeleers naar Duitsland. 

De eerste prins

Uit de kring van de supportersvereniging en de toneelvereniging vormde zich een groep enthousiaste mensen, die de carnaval gestalte gaven. Het oprichtings bestuur werd gevormd door Henry Warnier, Henri Corsius, Jef Partouns, Michel Wolfs en Peet Houthuizen. Na enkele jaren een zitting georganiseerd te hebben in samenwerking met de Kemeleers, vond men dat de Kleeflep ook een prins moest uitroepen. In 1959 werd Jean Warnier gevraagd of hij prins van de Kleeflep wilde worden. Jean Warnier speelde in die tijd al in de blaaskapel en was goed bevriend met Harry Sipers, de toenmalige leider van de Blaue Biet en actief betrokken bij de carnaval. In 1959 werd Jean Warnier tijdens de zitting uitgeroepen tot prins Jean I van de Kleeflep. Alles was toen nog enigszins onwennig. Het was improviseren en dat bleek bij de eerste installatie van de prins. Er was geen rekening gehouden met een prinsenkettin g. Toen Jean I tijdens de installatie aan Henry Warnier zei: en nu de prinsenketting, antwoordde deze 'moet dat dan?'. Gelukkig had Jean een voorzienige blik. Hij had namelijk zelf zijn eerste ketting gekocht, 'zo'n blikken dingetje'. Uiteraard was er wel een proclamatie met elf geboden. Ook de officiele kleding was toendertijd nog niet wat het nu is. Het officiele tenue bestond uit een gestreepte broek, een wit hemd met groen strikje en een cape van zwart glanzende stof en een blauwe voering. Met de jaren werd alles 'professioneler'. Er werden narrenkappen aangeschaft en ook vrij snel is men overgestapt naar een zwart kostuum en andere strikjes. Iedereen moest overigens zelf voor een kostuum zorgen. Ook in de eerste jaren was het soms een probleem om voltallig te zijn. Tot vlak voor de zitting werd er op de fiets bij verschillende mensen langs gegaan om te vragen of ze wilden invallen. Dat was vaak geen probleem als je maar zorgt dat ik een kostuum hebí. Bij het uittrekken van de Klèèflep ging de de Kapel ook vaak mee en andersom. Zodoende is de Klèèflep in de begin jaren present geweest op zittingen in Düsseldorf, in een zaal met duizende mensen. Uit die tijd stammen ook de contacten met de carnavalsvereniging uit Würselen. Via deze vereniging werden ook de eerste narrenkappen besteld. De contacten waren heel goed, want toen de carnavalsvereniging uit Würselen vernam, dat er ideeÙn bestonden om geld in te zamelen voor een vaandel, schonken zij een drapeau aan de C.V. de Klèèflep. Dit drapeau is overigens nog steeds in gebruik! Na het aftreden werd Jean Warnier secretaris van de Kleeflep en hij ontwierp het logo, het briefpapier en de Gôwe Cramignon medaille. Bovendien schreef en schrijft hij nog steeds de oorkondes voor de Gôwe Cramignon ridders. Samen met Henry Warnier, Jef Partouns vormde hij ook het comitÚé voor het uitzoeken van de nieuwe prins.

De jaren die volgden

Al sinds de oprichting is de formule voor het vieren van het carnaval niet gewijzigd. Een prins met complete raad van elf, inclusief ceremoniemeester. Wist U dat de huidige ceremoniestok een geschenk was van de toenmalige prins Door I? Het seizoen begon altijd met het uitroepen van de niewe prins in het eerste weekend van januari. De wijnkoningin, die uitgeroepen werd tijdens de wijnfeesten van de hofkapel, werd hierbij altijd betrokken. Zij diende vaak als êstand iní voor de prinses, wanneer een vrijgezel tot prins uitgeroepen werd. Vervolgens werd er een zitting georganiseerd, eerst op zondag en later (in het jaar van de autoloze zondag) op zaterdag twee weken voor carnaval. De formule van deze zittingen onderging door de jaren heen weinig verandering. Bij aanvang van de zitting was er altijd een haag van dansmariekes naar duits voorbeeld. De opening was echter voorbehouden aan ons eigen dansmarieke. In de loop der jaren hebben Yvonne Gulikers, Carla en Nicole Duijkers, Iesie Selbach, Pascalle Martens en Tamara Wolfs als dansmarieke opgetreden. In de begin jaren traden er vaker buutreedners uit eigen dorp op, zoals Martin Warnier en Louis Partouns. De rest van het programma werd opgevuld met zang en kolder. Bekende artiesten, die zittingen opgeluisterd hebben, zijn De Mounties, De Boertjes van Buut'n, Beppie Kraft, Beppie en Gradus en vooral de laatste jaren Frans Theunisz en de Nachroave. In 1967 kreeg de zitting een apart tintje met het introduceren van de uitreiking van de Gôwe Cramignon onderscheiding. Vanaf dit jaar stond de uitreiking van deze onderscheiding centraal. Jarenlang werden de zittingen gepresenteerd door Henry Warnier, later gevolgd door May Ploum, Dré Narinx en Harrie Satijn. In 1968 werd er ook voor het eerst een optocht georganiseerd op carnavalszondag. Samen met Lou Huiveneers nam Jean Warnier het initiatief hiertoe. De eerste prinsenwagen werd zelf gemaakt in de St. Martinusstraat bij onder de poort bij Martin Wolfs. Tijdens de carnavalsdagen maakte Sjenske Warnier stemming in de zaal. Als plaatjesdraaier onderhield hij de mensen in de zaal met populaire liedjes. De carnaval werd afgesloten met de kinderzitting van de Koekerelkes op carnavalsdinsdag. Later is dit evenement verplaast naar de zondag voor carnaval. Gedurende het seizoen trok de vereniging regelmatig uit. In de beginjaren bestond het circuit uit de Tempeleers, de Keemeleers, de Waterratte, de Hofnarre, de Mallebergers, de Mosasaurussen en anderen. Het waren de verenigingen die zich later de samenwerkende Maastrichter carnavalsverenigingen zijn gaan noemen. Door dit samenwerkingsverband moest de Klèèflep bij recepties vaak wachten op deze verenigingen. Hier door ontstonden er vaak problemen, met name op de dag van onze eigen Galazitting. Lang wachten kon dan niet. Mede hierdoor zijn de contacten met de grote maastrichtse verenigingen enigszins bekoeld. Het circuit werd verlegd naar de carnavalsvereingingen uit de omliggende dorpen. Het ziekenbezoek was altijd een vast onderdeel van het programma evenals de bejaardenzitting in het bejaardentehuis de Bron. Afwisselend waren de Druugsliepers en Klèèflep present, tot de Bron in 1994 besloot om zelf zitting te organiseren. 

Een zelfstandige vereniging

In 1957 besloot men om zelfstandig te worden. Deze beslissing werd niet ingegeven om zich af te willen scheiden van de KOH, maar om een bestaansrecht als de carnavalsvereniging van Eijsden te hebben. Derhalve was C.V. de Klèèflep de eerste carnavalsvereniging van Eijsden met eigen statuten. Deze beslissing werd toen en nu nog steeds door enkele mensen niet goed begrepen. Bij de eerste jubilea werd steeds uitgegaan van de officiele oprichtingsdatum. Zo werd in 1968 Jean Warnier jubileumprins en kreeg de titel grootvorst. In dit jaar kreeg hij de prinsenketting omgehangen, die nu nog steeds wordt gebruikt. In 1979 volgde het 2 x 11 jarig jubileum met prins Jo Wijnands. Gezien het feit dat er al vanaf 1953 een carnavalsereniging bestond met de naam de Klèèflep heeft men op een gegeven moment besloten om de leeftijd van de vereniging te berekenen op basis van dit jaartal. Zodoende werden in 1987 Bert Gorissen en in 1998 Jean Gorissen respectievelijk de derde en vierde jubileumprins. Vanaf de beginjaren heeft de vereniging meerdere voorzitters gekend, te weten Henry Warnier (1953- 1979), May Ploum (1980-1985), Harrie Satijn (1986-1987), Dré Narinx (1988-1991), Ernest Martens (1992-2002), Ton Heesbeen (2003-2005) en Huub Dodemont (2005-heden).